TEKST GUUS PREVOO UITZWAAIMIDDAG
Beste allemaal, ik mocht mijn eerste inleiding voor een groepje van de toenmalige Pastorale School geven op maandag 9 januari 1984, uiteraard over Vastenactie, waar ik 35 jaar voor mocht werken en nu nog vrijwillig bij betrokken ben.
De dekens Pierre Jochems van Heerlen, Wiel Meijs van Hoensbroek, Jean Brounts van Landgraaf, Jo Schulpen van Kerkrade en Mienes Frencken van Brunssum hadden een paar jaar daarvoor het initiatief genomen om de Pastorale School Oostelijke Mijnstreek op te richten.
Die moest vrijwilligsters en vrijwilligers, betrokken bij de parochies in de regio die nu Parkstad Limburg heet, scholen en toerusten om hun rol in de parochie goed of nog beter te kunnen uitoefenen. En dat natuurlijk ook tegen de achtergrond dat toen al duidelijk was dat het aantal priesters drastisch zou afnemen.
Het was, onder de toenmalige bisschop Gijzen (1972-1993), een tijd van grote verdeeldheid in de RK kerk in Limburg. Ik zelf begeleidde missiegroepen en zgn. MOV (Missie, Ontwikkeling en Vrede) -groepen in parochies die gekozen hadden voor de, wat genoemd werd, landelijke Vastenactie, overigens de enige die het predicaat Bisschoppelijk mocht dragen. Leden van de MOV-groepen wilden zich vanuit hun geloven inzetten voor een betere wereld, ook voor mensen in Afrika, Azië en Latijns-Amerika. Daar lag hun eerste motivatie. Maar veel van die leden hadden nog een andere motivatie. Zij wilden dat hun parochie het qua Vastenactie beter zou doen dan de buurparochie die gekozen had voor de bisdommelijke actie van bisschop Gijzen. Een soort protest dus. Alle maatregelen die bisschop Gijzen nam om zijn vorm van kerk-zijn en zijn Vastenactie te promoten, waren een extra motivatie om juist het tegendeel te doen. Wetenschappelijk noemt men zoiets de Jevons-paradox: een maatregel die je neemt heeft juist eerder het tegengestelde dan het beoogde effect. Misschien dat eenzelfde motivatie ook wel voor een deel van de mensen heeft gegolden die destijds aan de bijeenkomsten van de Pastorale School deelnamen.
Dat ik vandaag door Orma gevraagd ben om iets te zeggen is best wel een beetje verrassend. Eigenlijk heb ik nooit een sterke band gehad met de Pastorale School en ook niet met De Drie Ringen, die daaruit is voorgekomen. Ja, een enkele maal werd ik gevraagd een inleiding te houden, meestal over het fenomeen Vasten, de laatste keer een half jaar geleden over Leonard Cohen. En een paar keer heb ik bijeenkomsten bezocht omdat het onderwerp met mijn werk te maken had of me interesseerde. Pas de laatste paar jaar ben ik iets meer betrokken bij de Drie Ringen, bij de wandelcommissie, samen met Gerard, Huub en Ruud, nadat ik een keer aan een wandeling vanuit Simpelveld had deelgenomen.
En juist nu, nu ik er iets meer bij betrokken geraakt ben, houdt de Drie Ringen er mee op. Dat is jammer, maar ook begrijpelijk. Beter in schoonheid ophouden dan uitgaan als een opgebrande kaars. En we mogen terugkijken op een zinvolle 44 jaar. Liever iets verliezen, liever verliezen, dan het nooit te hebben gehad, zingt Rowwen Hèze in het mooie lied H. Antonius. En dat geldt ook voor de Drie Ringen.
Afgelopen Pinkstermaandag is de encycliek Magnifica Humanitas van paus Leo XIV verschenen. Ook een Prevoo/Prevost, trouwens. Daarin roept de paus op om op een menselijke manier om te gaan met Kunstmatige Intelligentie, dat in mijn ogen vaak niet meer dan Kunstmatig Papegaaien is. Immers, Chat GPT en al die andere programma’s praten alleen maar na wat ze op het internet vinden. De verdiensten van de Drie Ringen is zeker dat ze heeft laten zien hoe wij ons zelf kunnen blijven informeren en hoe we steeds zelf moeten blijven nadenken, niet alleen met het oog op onszelf, maar ook altijd, zoals de paus benadrukt in zijn encycliek, met het oog op medemens en milieu. Laten we daarvoor dankbaar zijn. En ik hoop van harte dat dit gevoel van dankbaarheid vanmiddag tijdens deze uitzwaaibijeenkomst de boventoon mag voeren. Dank je wel voor jullie aandacht!
.jpg/picture-200?_=19e7e891008)